Kerk aan de Haven

Het gebouw

n 1233 wordt reeds melding gemaakt dat op de plaats van de huidige kerk een kerk met een toren staat. Deze kerk zou gebouwd zijn door monniken van de Abdij van Tongerloo. De Sint Elizabethsvloed vaagde in 1421 echter alles weg. Pas in 1470 kon men er weer toe komen om een nieuwe kerk te bouwen en in 1500 stonden er ongeveer 150 huizen om deze kerk heen. De kerk was gebouwd op een plaats waar handelswegen samen kwamen en waar een haven was aangelegd. De kerk was een Rooms Katholieke kerk en gewijd aan Johannes de Doper.

e toren sneuvelde in 1580, waarschijnlijk door toedoen van rondtrekkende roversbenden, alsook een deel van de kerk. Pas in 1609 werd gestart met de restauratie van de kerk en het zoeken naar de klokkentoren. De heer van Waalwijk, Jan van Leefdael, verleende alle medewerking en in 1617 was het karwei voltooid. Op de westelijke gevel is dit jaartal nog terug te vinden. Door gebrek aan geld kon geen echte klokkentoren worden bijgebouwd. Hiervoor in de plaats kwam een stevige dakruiter met klokkentoren.

n 1624, de tachtig jarige oorlog woedde toen, leed het kerkgebouw opnieuw forse schade en raakte in verval. Inmiddels deed de Reformatie haar intrede en de predikant van Besoijen, Jeremias Eckius, trachtte het gebouw voor de protestanten te veroveren. In 1640 hield hij in de kerk voor 80 toehoorders zijn eerste preek en in 1648 werd de kerk door schout C. Buijs aan de Hervormden toegewezen. Ds. Henricus de Vries deed in november 1648 zijn intrede.

n 1754 bleef de kerk maar net gespaard bij een felle brand en in 1789, het jaar van de Franse Revolutie, trachtten de Rooms Katholieken hun kerk terug te krijgen.

n de jaren 1930-1943 is een ingrijpende restauratie uitgevoerd. Wederom is in 2007 de kerk, en in 2008 het orgel grondig gerestaureerd. Nu beschikt de Hervormde Gemeente Waalwijk-Centrum over een bezienswaardig kerkgebouw met multimediale voorzieningen, dat voorkomt op de lijst van Nederlandsche Monumenten. In oktober 2008 is het orgel feestelijk in ‘her’bruik genomen.

Het Orgel

ond 1660 zou in de kerk een orgel zijn geplaatst door Johan Rijmsmit. Toen Henrich Metzker in 1686 een nieuw orgel bouwde, zal hij vermoedelijk de oude kas van Rijmsmit hebben gebruikt.

et in het kerkgebouw aanwezige orgel is in zijn oorspronkelijke staat op 30 mei 1823 ingewijd. Het orgel werd indertijd geschonken door Johannes Petrus Scholten en zijn vrouw. Het orgel werd bespeeld door een organist en een orgeltrapper. Deze laatste persoon zorgde dat er voldoende lucht via een blaasbalg naar de orgelpijpen ging. Een dergelijk orgel kostte in die tijd tussen de 680 en 740 euro. Wat een enorm bedrag was in die tijd.

n 1821 was de situatie van het oude orgel dermate slecht dat het feitelijk onbruikbaar was. Daarop schonken mr. J.P. Scholten en zijn vrouw A.M. Frijlinck in dat jaar de hervormde gemeente te Waalwijk een nieuw orgel. De heer Scholten, advocaat en griffier van het Vredegerecht te Waalwijk, was onder meer voorzitter en initiatiefnemer van het Departement Waalwijk van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen en bekleedde belangrijke functies binnen de kerkgemeenschap aan de haven. Het orgel werd gebouwd door de Bredase orgelmaker Cornelis van Oeckelen.

et orgel in Waalwijk werd ontworpen als eenklaviers balustradeorgel met achterkantbespeling. Helaas zijn de originele contracten niet bewaard gebleven, en moeten wij ons baseren op de gegevens uit de Orgelbeschrijvingen van Broekhuyzen. Hij vermeldt o.a. “… heeft 10 stemmen, een handklavier van 4 ½ octaaf, aangehangen pedaal en drie blaasbalgen, lang 7 en breed 4 vt, gevende dertig graden winds.”
Zie de dispositie van 1821 in het kader.

et orgel, dat boven het klavier het jaartal 1822 draagt, wordt op 30 mei 1823 in gebruik genomen.
Voor zover bekend worden er ca. vijftig jaar later in 1875 herstelwerkzaamheden aan het orgel uitgevoerd door J.A. Naber, negen jaar later volgt herstel door C. Loret. In 1906 en 1909 werkt G.J. van Dungen uit Amsterdam aan het orgel. Hij vervangt daarbij de Quint, Mixtuur en de Flute travers door een Salicionaal 8 v, Gamba 8 vt en een Cornet 4 st. discant, alles fabriekspijpwerk. Tevens verhoogt hij de toonhoogte een halve toon.
Een reeds lang geplande restauratie van de kerk kon eindelijk aan het begin van de Tweede Wereldoorlog ter hand worden genomen. Bij die kerkrestauratie werd in 1943 ook het orgel gedemonteerd en opgeknapt, waarbij de Utrechtse orgelbouwer Fa. J. de Koff & Zn. het orgel tevens op de nieuwe galerij aan de westzijde van de kerk plaatste. Hierbij verplaatste hij de klaviatuur van de achterzijde naar de zuidelijke zijwand van het orgel. Tevens breidde hij het orgel uit met een pneumatisch vrij pedaal met alleen een Subbas 16 vt. Niet bekend is wanneer de lade van Van Oeckelen vervangen is door de huidige twee lades. Deze lades zouden gedateerd kunnen zijn voor 1943.
De firma De Koff & Zn. tekende ook voor een grote restauratie en uitbreiding in 1961/-62. Er werd een bovenwerk geplaatst met 7 stemmen, terwijl ook nieuwe klaviatuur werd vervaardigd en de speel- en registermechanieken werden vernieuwd. Nu werd een nieuw mechanisch pedaal aangelegd met 3 stemmen, waarbij de oude Subbas 16 vt. werd gebruikt. Ook de dispositie van het hoofdwerk werd aangepast.
Deze uitbreiding en dispositiewijziging was meer geënt op de heersende trend in de toenmalige orgelnieuwbouw, dan dat het een oriëntatie was op het werk van Van Oeckelen. Ook de intonatie werd aan die heersende trend aangepast. Zie de dispositie van 1962 in het kader.
De nieuwe lades van De Koff werden uitgevoerd in mahonie met dito roosters en stokken. Op de slepen werden telescoopveren toegepast. Op het hoofdwerk zijn alle vulstemmen nieuw van De Koff. Het groot-octaaf van de Roerfluit 8 vt van het bovenwerk en de Prestant 8 vt van het pedaal werden in roodkoper uitgevoerd. De oude magazijnbalg werd buiten werking gesteld en per werk werden regulateurbalgen aangebracht. Uiteraard moet dit alles bezien worden in de geest van die tijd.
In 1986 werd door Flentrop de dispositie iets gewijzigd en uitgebreid. De Sesquialter kreeg er een twee-voets koor bij (tot 3 sterk) en op het hoofdwerk werd een nieuwe Vox Humana 8 vt bijgeplaatst.

et veel ijver is in Waalwijk toegewerkt naar de recente kerkrestauratie. Daarbij werd ook het orgel gerestaureerd. Mede door het ontbreken van een deel van het dakbeschot van de middentoren van het orgel was veel vuil in het binnenwerk terechtgekomen en waren de lades sterk vervuild. Het orgel had een onregelmatige speelaard met storende speling in de toetstractuur. Op enkele plaatsen was sprake van windlekkage en doorspraak. Het karakter van diverse stemmen en de samensmelting van een groot aantal registers uit de zestiger jaren liet veel te wensen over.
Uitgangspunt bij de restauratie onder advies van Aart Bergwerff was het respecteren van de uitbreiding in 1962. Naast vooral technisch herstel zou de dispositie en de intonatie worden aangepast aan de meer milde en galante stijl van Van Oeckelen.
De magazijnbalg is gerestaureerd en weer functionerend gemaakt, waarbij de regulateurbalgen uit 1962 verwijderd werden. De windladen en windkanalen werden gereinigd en waar nodig gerestaureerd. De verende slepen werden vervangen door nieuwe eiken slepen, terwijl de gehele speelmechaniek werd hersteld en verbeterd.
Qua dispositie is het orgel nu meer geënt op het concept van Van Oeckelen. Op het hoofdwerk spreekt het voorheen ontbrekende groot-octaaf van de Viola 8 vt nu in de Holpijp 8 vt. De Mixtuur, welke gebaseerd was op 1 1/3 vt kreeg weer het 2-voets koor als basis. De Vox Humana 8 vt die sterk vervuild was, is qua intonatie aangepast. De Trompet 8 vt werd nieuw gemaakt.
Het bovenwerk werd nu terecht ingericht als een fluitenwerk. De Prestant 4 vt en de Scherp 3 st werden verwijderd. Daarvoor in de plaats kwamen een Flûte travers 8 vt discant en een Flageolet 1 vt. De Nasard 1 1/3 vt werd opgeschoven en met deels nieuw pijpwerk aangevuld tot een Nasard 2 2/3 vt. Op het pedaal werd de intonatie van de Subbas 16 vt verbeterd, waarbij een krachtiger grondtoon werd verkregen. Een geheel nieuwe Prestant 8 vt uit orgelmetaal werd geplaatst ter vervanging van de roodkoperen versie uit 1962. Van de Fagot 16 vt is de intonatie volledig herzien, de kelen werden beleerd en de bekers werden verlengd en van de deksels ontdaan. Met gebruik van delen van de oude Trompet 8 vt van het Hoofdwerk en nieuwe bekers is een Trompet 8 vt op het pedaal gerealiseerd ter vervanging van de Trompet 4 vt.

aalwijk heeft een herboren Van Oeckelen terug. Het oude werkenprincipe, in de zestiger jaren gerealiseerd met zijn strakke bovenwerkdispositie, heeft plaatsgemaakt voor een evenwichtige opbouw van een “tweeklaviers Van Oeckelen” met een optimaal passend bovenwerk. Zowel qua dispositie, windvoorziening als intonatie is er prachtig werk geleverd. Het orgel is weer in een prima conditie, die past bij deze prachtig gerestaureerde kerk. Waalwijk en Brabant beschikken met dit instrument weer over een fraai galant orgel. Gemeente, adviseur en orgelmaker kunnen hiermee met recht worden gefeliciteerd.

p zaterdag 25 oktober 2008 werd in Waalwijk het door Pels & Van Leeuwen gerestaureerde orgel in gebruik genomen. Daarbij werd het orgel bespeeld door Bram Beekman en door Aart Bergwerff, welke laatste als adviseur betrokken was bij deze restauratie.

Tekst en foto’s: Wim van der Ros, uit de Brabantse Orgelkrant 2009

Dispositie groot orgel

Bouwer Cornelis van Oeckelen in 1822.

Hoofdwerk (C-f’’’’)

Bourdon 16’
Prestant 8’
Holpijp 8’
Viola 8’
Octaaf 4’
Roerfluit 4’
Quint 2 2/3’
Octaaf 2’
Sesquialter 3 sterk af f
Mixtuur 3-4 sterk
Trompet 8’
Vox Humana 8’

Bovenwerk

Roerfluit 8’
Fluit travers 8’ discant
Fluit 4’
Gemshoorn 2’
Nasard 2 2/3′
Flageolet 1’
Dulciaan 8′

Pedaal (C-d’)

Subbas 16’
Octaaf 8’
Fagot 16’
Trompet 8’

Koppelingen

HW-BW
Ped-HW-Ped-BW
Tremulanten

Systeem: mechanisch